Arnold Zweers, oud redacteur bij diverse kranten is nu een succesvol auteur
Zijn laatste boek ‘Apeldoorn in de steigers’, is nu verkrijgbaar in de boekhandel.
In het verleden schreef hij twee mooie boeken over Apeldoorn, Popsporen en ‘Apeldoorn in de stijgers’
Arnold is een trouw bezoeker en schreef zijn exclusieve verhaal over de soosreünie.

Zou ik één keer de Soos Reünie hebben overgeslagen? Ik dacht het niet. Volgens mij ben ik alle dertien keer geweest. En op 2 november ga ik uiteraard weer. Samen met mijn vrouw Gerda die al meer dan 47 jaar met me meegaat, overal waar wat te beleven valt, op muzikaal en (ander) cultureel gebied.
En laat het nou ook een soort sozenreünie zijn geweest waar ik haar op ons eerste uitstapje mee naartoe nam. Het was, ik weet het nog exact, op zaterdag 21 augustus 1971. De zondag ervoor hadden we elkaar ontmoet. In zaal Bosoord in Loenen. Ik dacht naar een optreden van de Bintangs te gaan (ja, die bestaan, net als de Golden Earring en de Rolling Stones, nog steeds). Ik had echter de advertentie in de krant verkeerd gelezen en belandde bij een plaatselijk bandje. Maar daar ontmoette ik wel de vrouw – een meisje van zeventien toen nog – met wie ik al ruim 47 onafscheidelijk ben.
Ons eerste avondje uit was naar Orpheus. Ik moest er voor de krant naartoe, Het Vrije Volk waar ik als jong journalist voor werkte. Alle Apeldoornse jeugdsociëteiten (de Groene Fles voor de katholieken, Cavern Club en Koozie voor de protestanten, Soos’59 en Waterloo Station voor de ‘neutralen’ waartoe ik zelf behoorde) hadden een groot festival op touw gezet. En daarvoor alle zalen van onze schouwburg afgehuurd. CCC Incorporated speelde er – een hippieband uit de Peel – en de Teeset, ook enkele Apeldoornse bandjes zoals The Bats. Je mocht je creatief uitleven met verf. En meer van die dingen. Maar ik had alleen maar oog voor mijn nieuwe liefde.

Lees ook: Bert Heerink komt naar Apeldoorn

De jaren gingen voorbij, de sozen werden verdrongen door moderne discotheken, een andere generatie groeide op. Maar toen ik in 1982 overstapte van mijn toenmalige krant de Gelderlander naar de Nieuwe Apeldoornse Courant, schreef ik daarin uitvoerig over het uitgaansleven toen – de soostijd – en nu. Dat maakte zoveel los dat Ed Politiek (in de jaren zestig organisator van menig popfeest) in nauw overleg met mij een groot festival opzette in de Matenhal. Met The Shoes, Cuby and the Blizzards en diverse Apeldoornse bands waaronder weer The Bats.
De avond waarvoor de 2000 kaarten in twee uur tijd uitverkocht waren, was zo’n succes dat daarna het ene jaren zestig feest na het andere werd gehouden. Ik had dat nooit kunnen denken. Dat mijn generatie, de inmiddels zestigers en zeventigers van nu, zo’n hang naar de muziek uit hun jeugd zou houden. En ook elke Soos Reunie – de reeks die ruim na de millenniumwisseling begon – zoveel losmaakt. Nu opnieuw. Lof aan Gerrit van Cotthem, Hans van den Hoeff, Ton van Laarhoven en Louis Bouwmeester (de laatste is er mee gestopt) die al die jaren zoveel Apeldoorners – geheel pro deo – een groot plezier doen.
Natuurlijk kom ik ook weer, samen met mijn ‘meisje uit 1971,’ op 2 november. Voor Gerda is het altijd een dubbele reünie want ze komt er veel mensen tegen uit de streek waar ze opgroeide, Eerbeek/Loenen. Voor een puik programma met Bert Heerink, Guus Essers, The Poor en More Life gaan we op weer graag naar de Sprengeloo-school, de sfeervolle feestlocatie die er voor ‘gemaakt’ is.

(Verzoekje aan de geluidsjongens, uit naam van al die ouwe hippies: draai de volumeknop niet al te ver open. Dat spaart wat gehoorapparaatjes uit en biedt die vijfhonderd of meer Soos-reünisten de gelegenheid de nodige ouwe koeien uit de sloot te halen, want vooral daar komen ze voor.)